Nog veel onduidelijkheden over sociaal leenstelsel

Berekeningen over het invoeren van het sociaal leenstelsel blijken volgens verschillende instanties niet te kloppen. Ook weten studenten nauwelijks waar ze aan toe zijn en lijkt de schuldenproblematiek met de invoering van het leenstelsel verder toe te nemen.

Foutieve berekeningen sociaal leenstelsel leveren mogelijk extra studieschuld op
Foutieve berekeningen sociaal leenstelsel leveren mogelijk extra studieschuld op

In de berekeningen over het invoeren van het sociaal leenstelsel gaat minister Jet Bussemaker (Onderwijs) er ten onrechte vanuit dat ze rente zo laag blijft als nu. Dit stellen het Nibud (Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting) en het Bureau Krediet Registratie (BKR) tegenover NU. De studieschuld zal met de invoering van het leenstelsel veel hoger uitvallen dan vooraf werd verwacht. Beide instanties stellen dat studenten die straks meer moeten lenen zullen worden geconfronteerd  met een hogere rente.

“Als studenten meer gaan lenen is het verschil dat je betaalt in rente aanzienlijk. Het blijkt meer dan duizenden euro’s te schelen”, aldus een woordvoerster van het Nibud. In het onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB) naar de effecten van het leenstelsel, waaruit bleek dat er per jaar 10.000 studenten minder zullen studeren, is helemaal geen rekening gehouden met de rentestand. Ook de rekenvoorbeelden die Bussemaker naar de Kamer stuurde gaan uit van een rentepercentage van 2,5 procent.

De kans is volgens Bussemaker groot dat de rente nog langere tijd laag blijft. Ze gaat daarbij uit van DPB-ramingen en uitspraken van De Nederlandsche Bank. Instanties als het Nibud en het BKR trekken dit echter in twijfel. “Wij denken daar anders over. De rente is nu historisch laag, maar de afgelopen jaren laten heel duidelijk zien dat de rentepercentages flink fluctueren”, aldus het Nibud. Ook het BKR gaat op basis van eigen berekeningen uit van rentestanden uit het verleden uit van rentepercentages van meer dan 7 procent.

Omdat het rentepercentage een onzekere factor is kan de studieschuld sterk toenemen. In sommige gevallen zou het volgens het BKR gaan om een schuld die 32 procent hoger uitvalt dan berekend door de minister van onderwijs. Een woordvoerder van het BKR gaf aan: “De financiële gevolgen in verschillende gevallen en omstandigheden worden door de minister nu niet transparant weergegeven.”

Ook de Landelijke Studentenvakbond (LSVb) pleit voor meer duidelijkheid en noemt het sociale leenstelsel oneerlijk. “De ene afgestudeerde kan door een andere rentestand duizenden euro’s duurder uit zijn dan een ander. Dat is in het huidige systeem al oneerlijk en onwenselijk en wordt straks steeds belangrijker.”

Volgens D66-Kamerlid Paul van Meenen en het Nibud moet de overheid meer voorlichting geven. Van Meenen wil duidelijkere voorlichting over de rente die studenten betalen over hun lening. Ook het Nibud ziet nog veel onduidelijkheden voor studenten. “De leenvoorwaarden zijn nu te onzeker en onduidelijk. Studenten moeten weten waar ze aan beginnen. Uit de praktijk blijkt dat het voor studenten heel verleidelijk is om te gaan lenen. Ze zien de toekomst vaak te rooskleurig in en denken meer te gaan verdienen dan ze uiteindelijk doen. Een kwart van de studenten leent meer dan nodig.”

Gepubliceerd op 28 februari 2013 om 11:13 uur door de redactie.

Lees ook

Reageren